onderwijsbeleid

mooie woorden

Auteurs: Peter Dankmeijer, Pepijn Olders, Marinus Schouten
Wat: Onderzoeksrapport: onderzoek onder schoolleiders en zorgcoördinatoren naar homobeleid in VO scholen. 62 pagina's
ISBN: geen
Druk: eerste druk juni 2009

Download het onderzoek "Mooie woorden"

samenvatting

In het voorjaar van 2009 deed EduDivers, kenniscentrum seksuele diversiteit in het onderwijs, in het kader van een driejarig project (2009-2011) van de landelijke Hetero-Homo Onderwijsalliantie, onderzoek naar de stand van zaken in scholen voor voortgezet onderwijs rond aandacht voor homo-emancipatie. Er is met name gevraagd naar tien punten waaruit blijkt of scholen specifiek aandacht hebben voor homo-emancipatie. Het onderzoek richtte zich op locatiedirecteuren en zorgcoördinatoren. Van de 2051 benaderde schoollocaties werden er 441 (20%) bereikt. Er is extra geworven in de achttien koplopergemeenten (die extra geld hebben gekregen voor homobeleid) om de scholen aldaar te kunnen vergelijken met scholen in andere gemeenten. In elke koplopergemeente lag het aantal bereikte scholen boven de 50%.

vraag

Directeuren van schoollocaties zijn cruciale actoren in het verbeteren van net schoolklimaat rond homo-emancipatie. Uit onderzoek blijkt dat de situatie van homo/lesbische leerlingen en docenten te wensen overlaat. Volgens de regering zijn schoolleiders goed in staat in te schatten hoe de situatie op hun school is en om adequate maatregelen te treffen. Toch constateert de Onderwijsinspectie dat er nauwelijks scholen zijn die maatregelen treffen. Onderzoeksvragen: hoe schatten de schoolleiders de situatie op hun school in? Welke maatregelen, waarvan bekend is dat ze effect sorteren, worden door hen getroffen? Welke behoefte aan ondersteuning hebben schoolleiders?

een visie, maar weinig maatregelen

De hoofdconclusie is dat een grote meerderheid van de scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland zegt homodiscriminatie te willen tegengaan en daarop een visie te hebben. Tegelijkertijd geven de meeste scholen aan dat zij daaraan in veel mindere mate expliciete uitvoering geven. Veel scholen zeggen wel op te treden tegen discriminatie (disciplinaire aanpak), maar van het verkleinen van de sociale afstand naar homoseksuelen (preventieve aanpak) is veel minder sprake. Schoolleiders gaan er vaak vanuit dat positieve aandacht voor homoseksualiteit door het personeel vanzelf gaat omdat het door hen gezien wordt als integraal onderdeel van algemeen veiligheidsbeleid.
Daarnaast blijkt dat de scholen in koplopergemeenten vaker zeggen een visie te hebben, zich meer bewust lijken te zijn van het feit dat homoseksuele leerlingen gepest worden en ook meer zeggen op te treden tegen discriminatie. Op praktische maatregelen scoren zij echter niet hoger dan scholen in andere gemeenten.

weinig zicht op de werkvloer

Uit recent onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs bleek reeds dat schoolleiders een nogal rooskleurig beeld hebben van de situatie op hun school. Als men docenten dezelfde vragen stelt, antwoorden die aanzienlijk pessimistischer. Leerlingen schatten de situatie op school nog negatiever in (Inspectie van het Onderwijs, 2009b). We moeten de spreekwoordelijke mooie woorden van schoolleiders uit dit onderzoek daarom met enige voorzichtigheid hanteren, maar onze analyses wijzen erop dat schoolleiders niet zozeer sociaal wenselijk antwoorden, maar waarschijnlijk te weinig zicht hebben op de werkvloer en daardoor de implementatie van antidiscriminatiebeleid overschatten. Dit geldt in ieder geval voor homospecifieke discriminatie en uitsluiting. Dat blijkt onder andere uit het grote aantal schoolleiders die zegt dat ze geen zicht hebben op het draagvlak op school voor homobeleid of op hoeveel leerlingen er openlijk zijn.

aanbevelingen

Gezien het voorgaande, komt EduDivers tot de volgende aanbevelingen:

  1. Schoolleiders hebben mooie woorden over hun visie en voornemens. Maar de werkpraktijk valt nog tegen. Scholen moeten actief worden aangesproken op het praktisch uitvoeren van de voornemens.
  2. De praktische uitvoering van maatregelen rond homodiscriminatie vereist draagvlak onder personeel en leerlingen. Daarvoor moeten scholen en schoolondersteuners meer aandacht hebben.
  3. Schoolleiders denken doorgaans dat een homovriendelijke sfeer een vanzelfsprekend onderdeel is van een algemeen veiligheidbeleid. Dit is een misverstand; homobeleid komt niet automatisch tot zijn recht zonder specifieke aandacht. Om na te gaan wat voor specifieke aandacht helpt, moet nader onderzocht worden welke interventies en combinatie van interventies echt werken.
  4. Het ontbreekt locatiedirecteuren aan inzicht, inschattingsvermogen en instrumenten om tot actie te komen. Locatiedirecteuren, zorgcoördinatoren en veiligheidscoördinatoren moeten worden voorgelicht en begeleid om handen en voeten te geven aan hun aanpak.

Download het onderzoek "Mooie woorden"