MijnID

lesgeven

onderwijsbeleid

volg ons op twitter
volg ons op twitter

nieuws

handleiding over prosociale aanpak gepubliceerd

4 september 2019 - Het Europese ALICE-project heeft een handleiding gepubliceerd over prosocialiteit op middelbare scholen. Prosocialiteit richt zich op een positieve benadering van gedrag in plaats van een "anti" strategie. De handleiding legt uit hoe scholen een dergelijke aanpak kunnen inzetten, op school en bij de bredere omgeving. Hoewel 'prosocialiteit' onschuldig lijkt en voor iedereen acceptabel is, kan het behoorlijk radicaal uitpakken als het volledig serieus wordt genomen. Dit werd zelfs een probleem in het ALICE-team dat de handleiding produceerde. Het diversiteitshoofdstuk moest uit de handleiding worden verwijderd na protesten van een partner uit een meer conservatief land.

prosociaal gedrag

'Prosocialiteit' wordt gedefinieerd als positief en helpend gedrag dat mensen hebben om niet-egoïstische redenen. Bevordering van prosociaal gedrag wordt gezien als een beter alternatief voor strategieën voor "anti-pestbeleid" of "antidiscriminatie" omdat negatief gedrag gericht is op wat je wil weghalen, niet wat je wilt opbouwen. Een focus op negatief gedrag kan de paradox veroorzaken dat negatief gedrag vooral besproken wordt, en daardoor bevestigd, in plaats van positief gedrag. In het ALICE-project wordt positief gedrag voorgedaan en getraind door leerkrachten en andere opvoeders.
De achtergrond voor de prosociale benadering is de theorie van Kristen Dunlop, een Canadese onderzoeker die zegt dat prosociale intenties waarschijnlijk deels genetisch zijn, maar dat de vaardigheden om prosociaal gedrag goed uit te voeren wel moeten worden getraind. Ze stelt dat conflicten voortkomen uit onvervulde behoeften. Prosociaal gedrag zou een gemeenschap moeten creëren waarin aan die behoeften wordt voldaan. Dan wordt de oorzaak van conflicten bij de wortel weggenomen. Ze stelde een matrix van doelen voor (deze versie is enigszins aangepast door GALE):

Algemeen doelInstrumentele behoefteOnvervulde wensEmotionele nood
Het probleem begrijpen Leer doelgericht gedrag herkennen Ongelijke toegang tot bronnen herkennen Emotionele nood herkennen
Weten hoe men een probleem oplost Correcte beoogde resultaten Gelijkmatig bronnen verdelen Stress verminderen
Gemotiveerd zijn Motivatie om te helpen Motivatie om te delen Motivatie om te troosten
 HELPENDELENTROOSTEN

de handleiding

Het ALICE-consortium produceerde een handleiding van 160 pagina's, die informatie geeft over de achtergrond van prosocialiteit, over hoe het toe te passen op scholen en in gemeenschappen en hoe om te gaan met diversiteit en polarisatie. De handleiding bevat 18 lesactiviteiten om in de lessen te gebruiken.
De ALICE-benadering gelooft niet dat alleen lessen in staat zullen zijn om prosociale vaardigheden van studenten te trainen. "Er is een dorp nodig om een kind op te voeden", zegt een Afrikaans spreekwoord. In de ALICE-benadering wordt erkend dat de leraren en zelfs scholen als geheel niet de enige pedagogen zijn in het leven van jongeren. Hun ouders, sportcoaches, politieagenten, religieuze leiders en jeugdwerkers kunnen belangrijke invloeden zijn. De handleiding suggereert hoe ze te betrekken bij de prosociale strategie van de school door hen te interviewen en toe te werken naar een gezamenlijke "Verklaring van de Opvoedingsgemeenschap".

prosocialiteit is radicaal in dit tijdperk

De uitgangspunten en richting van de prosociale benadering lijken gebaseerd te zijn op algemeen aanvaarde principes van vriendelijkheid en openheid. Maar in de praktijk kunnen sommige van de manieren waarop dit in meer gedetailleerde instructies wordt uitgewerkt, meer controversieel zijn en zelfs als radicaal worden beschouwd. Het wordt bijvoorbeeld bevorderd dat leerlingen leren nadenken over hun vooroordelen en dat ze kritisch leren denken. In veel scholen wordt kritisch denken beschouwd als een belangrijk onderwijsdoel, maar alleen wanneer de studenten beleefd blijven en binnen kaders die door de leraar of door de school zijn gesteld. Maar die kaders zijn vaak ook persoonlijk, ideologisch of religieus gekleurd, dus dit kan zeker op pubers inconsequent overkomen. Dit is ook een reden waarom scholen en docenten zich vaak bedreigd of hulpeloos voelen als ze polarisatie en radicalisering meemaken. Als de school hier geen gedeelde waarden en praktijken over heeft, kan dit gemakkelijk leiden tot problematische communicatie tussen leraren en "geradicaliseerde" leerlingen.
Het handboek adviseert dat de democratische samenleving op school weerspiegeld moet worden. Dit impliceert inspraak en radicale acceptatie van vrijheid van mening én gelijke behandeling. Maar tegelijkertijd tolereren deelnemers aan een democratie andere meningen en overschrijden ze niet de grenzen van prosociale verwachtingen, zelfs als ze mensen niet "aardig vinden" vanwege andere meningen of identiteiten.
Dit is zelfs politiek controversieel. In sommige Europese landen – waaronder Nederland en Italië - begonnen populistische partijen meldingswebsites voor klachten over leraren die leerlingen zogenaamd indoctrineren in linkse ideologieën. Met linkse ideologieën verwijzen ze naar lessen over non-discriminatie, gelijkheid, kritisch denken en natuurlijk vooral naar kritiek op populistische, islamofobe en antidemocratische propaganda.

controverse rond seksuele diversiteit

Dat dit niet eenvoudig is, werd zelfs duidelijk in het ALICE-projectteam zelf. GALE, de internationale zusterorganisatie van EduDivers, stelde voor dat erin de handleiding een hoofdstuk over diversiteit zou moeten komen. Veel scholen weten immers niet hoe om te gaan met diversiteitsvragen en -groepen. Men was het er meer eens dat er zo’n hoofdstuk moest komen en GALE schreef een concept. Een van de projectpartners - uit een meer conservatief land - maakte echter bezwaar tegen het hoofdstuk omdat het te radicaal zou zijn en te gedetailleerd was over LHBTI . Het was wel waar dat vanwege de expertise van GALE (Global Alliance for LGBT Education) en de verwachting dat scholen minder op de hoogte zijn van LHBTI-kwesties, deze paragrafen langer waren dan die over bijvoorbeeld hoe om te gaan met handicaps, Roma, immigratie en cultuur.
In een tweede versie paste GALE het hoofdstuk aan door de vermelding van het concept "heteronormativiteit" om te zetten naar taalgebruik dat minder bedreigend klinkt voor leraren in conservatieve Europese landen. De paragrafen over gender en seksuele diversiteit werden wat korter gemaakt.
De kritische partner bleef echter kritisch. Deze keer gebruikte de partner het argument dat middelbare scholieren nog niet klaar zijn voor een discussie over LHBTI-zelfbenoeming , en stelde voor om alle verwijzingen daarnaar te verwijderen. Dit was natuurlijk onaanvaardbaar voor GALE omdat de behoefte aan zelfbenoeming een essentieel onderdeel is van zelfontplooiing. Waarom zouden heteroseksuele tieners zich wel als zodanig mogen benoemen maar LHBTI niet? De betrokken partner bezwoer dat er achter hun eis geen homofobe houding zat, maar zuiver een “neutrale” inschatting van de behoeften van tieners.
In de controverse die volgde, besloot de projectcoördinator het hoofdstuk over diversiteit uit de handleiding te halen en het als een optioneel addendum te publiceren voor de proefprojecten in scholen. Het valt nog te bezien of het diversiteitshoofdstuk in de definitieve versie naar de handleiding zal worden teruggebracht.
GALE is samen met EduDivers verantwoordelijk voor de proefprojecten in Nederland. GALE besloot los van het partnerschap om de Nederlandse vertaling van de handleiding te publiceren met het controversiële hoofdstuk erin. Volgens GALE en EduDivers geeft een separate publicatie een verkeerd signaal.

Peter Dankmeijer

De ALICE-handleiding: Boldrini, F. & Dankmeijer, P (2019) “Lesgeven in Prosocialiteit in Middelbare Scholen”