MijnID

lesgeven

onderwijsbeleid

volg ons op twitter
volg ons op twitter

nieuws

groen links wil niet in gesprek over inhoudelijke verbetering anti-pestbeleid

12 maart 2020 - Bij monde van een assistent van een Tweede Kamerlid liet GroenLinks gisteren weten dat het Kamerlid men niet in gesprek wil gaan over verbetering van de kwaliteit van het anti-pestbeleid in Nederland. EduDivers had GL uitgenodigd voor een paneldiscussie die de afsluiting vormt van een Europees project.

zelfevaluatie van scholen

Het Anti-Bullying Certification (ABC) project heeft een methode ontwikkeld om scholen te helpen te reflecteren op hun anti-pestbeleid en dit te verbeteren op basis van wetenschappelijk onderbouwde suggesties voor een verbeterd beleid. “Anti-pestbeleid” wordt niet alleen gezien als het tegengaan van geweld, maar ook als het bevorderen van prettig omgaan met elkaar en de empowerment en emancipatie die nodig is om te zorgen dat ook minderheden volledig mee kunnen doen.
De zelfreflectie bestaat uit een enquête voor docenten en voor leerlingen, een schoolinspectie door leerlingen, een workshop voor docenten en een toolkit met mogelijke interventies. De enquêtes helpen de leerlingen om objectief inzicht te krijgen in de situatie op een school. Ze doen daarna zelf interviews met andere leerlingen om uiteindelijk tot onderbouwde aanbevelingen aan de directie te komen. Daarna komen de leraren aan de beurt. Zij hebben zowel de enquêtegegevens en de aanbevelingen van de leerlingen om over te discussiëren. Ook zij komen met aanbevelingen aan de directie.
Aan het eind van de zelfreflectie beslist de directie op basis van een checklist met aangedragen verbeterpunten over nodige verbeteringen en legt deze voor aan de leerlingen, leraren en ouders. Het project overweegt om de zelfevaluatie aan te vullen met een externe controle en de toekenning van een certificaat.

leeg landelijk beleid

Een onderdeel van het project was om te bekijken of op basis van de ervaringen uit het project er ook nog verbeteringen konden worden aangebracht in het nationale beleid van de deelnemende landen (Nederland, Italië, Griekenland, Spanje, UK), en aan het Europese beleid. In elk land werd een feedbackcommissie opgezet en er werd een analyse gemaakt van het anti-pestbeleid en de mogelijkheden tot verbetering in elk land. In Nederland kwam EduDivers tot de conclusie dat het Nederlands beleid zich beperkt tot drie relatief “lege” verplichtingen, namelijk:

  1. De school moet onderzoek doen naar veiligheid onder leerlingen en personeel
  2. De school moet een plan hebben veiligheid te bevorderen
  3. De school moet iemand aanwijzen die aanspreekbaar is

Er zijn geen kwaliteitsstandaarden voor de definitie van pesten noch voor de inhoud van het schoolbeleid. De toezichthoudende instellingen hebben nauwelijks mogelijkheden om scholen bij te sturen, omdat het Nederlandse beleid gestoeld is op zelfregulering van instellingen. Er zijn wel klachtenregelingen, maar deze zijn vooral werkzaam om recht te halen bij individuele incidenten en hebben slechts indirect een mogelijke invloed op preventief beleid. Bovendien, als de school kan aantonen “iets” te hebben gedaan, dan is dat al snel een reden waarom klachten niet serieus genomen worden. Zo is er een verplichting om les te geven over seksuele diversiteit, maar geheel in lijn met dit beleid doen scholen er wel ”iets” aan, maar niet iets effectiefs (volgens de Inspectie). Klachten daarover worden niet serieus genomen, niet in scholen en niet door de regering.

aanbevelingen om de leegte te vullen

EduDivers realiseert zich dat het neoliberale beleid zich (nu) niet leent voor het aannemen van meer strikte wettelijke richtlijnen. Daarom formuleerde EduDivers (en haar internationale zusterorganisatie GALE) vijf aanbevelingen:

  1. De landelijke vereniging van schoolbesturen (VO-raad) heeft na de invoering van de wet veiligheid op school en een eerste actieplan, een actieplan tegen pesten ontwikkeld, maar dit is in een la beland door onenigheid tussen de schoolbesturen en het ministerie van onderwijs. Het actieplan ligt blijkbaar zo gevoelig dat het niet eens openbaar is gemaakt. Daardoor wordt de maatschappij uitgesloten van deze discussie. Onze aanbeveling is om dit tweede concept Actieplan Sociale Veiligheid te publiceren en er wel discussie over te organiseren (en niet alleen binnenskamers met grote nationale “stakeholders”).
  2. De Tweede Kamer zou politieke actie moeten ondernemen om de impasse vlot te trekken, maar zou zich daarbij moeten baseren op wat we weten wat werkt (uit onderzoek naar in de preventie van pesten en het in beweging brengen van scholen, in plaats van te koersen op meer (bureaucratische) controle.
  3. De Onderwijsinspectie heeft nauwelijks mogelijkheden om in te grijpen. We bevelen aan om het toezicht door de Onderwijsinspectie aan te scherpen, waaronder het inzichtelijk maken van hoe het anti-pestbeleid van een school wordt uitgevoerd, en met expliciete aandacht voor diversiteit.
  4. De landelijke schoolbesturen hebben een systeem “Vensters van Verantwoording”, waarmee scholen hun kwaliteit zichtbaar kunnen maken (kunnen publiceren op de “Vensters” website van de VO-raad). Hoewel het geen controlesysteem is, geeft het wel tal van formats en suggesties voor hoe kwaliteit eruit zou kunnen zien. De vensters-vragenlijsten en checklists geven immers richting. Onze aanbeveling is om het Venster Veiligheid te verbeteren door daarin inhoudelijke criteria voor anti-pestbeleid en antidiscriminatiebeleid mee te nemen op basis van wat we weten dat werkt.
  5. In het ABC-project hebben we geëxperimenteerd met zelfevaluatie van scholen. De overheid of de inspectie zou kunnen experimenteren met een variatie op deze procedure. Als daarin (net als bij ons) blijkt dat scholen onvoldoende kennis nemen van wetenschappelijke elementen die richting geven aan succes, dan zou een vorm van externe check of certificering misschien toch nuttig zijn.

“we kunnen hierover het gesprek niet aangaan”

Aansluitend op de discussies binnen het project over de kwaliteit van het anti-pestbeleid, namen de projectpartners zich voor om in elk land een debat te organiseren over de kwaliteit van het anti-pestbeleid. De intentie is om een dialoog op gang te brengen over hoe scholen hun anti-pestbeleid nog verder kunnen verbeteren en welke rol de overheid hierin kan vervullen. De analyse van het Nederlandse beleid liet zien dat er brede steun is voor het neoliberale beleid om de verantwoordelijkheid voor kwaliteit op het niveau van bedrijven te leggen, in dit geval bij schoolbesturen. Dus het was wel duidelijk dat het in Nederland lastig zou worden om verdere verbetering van het huidige beleid te bereiken. Maar we zouden op zijn minst de discussie daarover kunnen starten.
Vertegenwoordigers van diverse landelijke organisaties die betrokken zijn bij het anti-pestbeleid en de belangrijkste partijen uit de Tweede Kamer werden door EduDivers benaderd om hun reactie te geven op het rapport en om eventueel deel te nemen aan een paneldiscussie over de kwaliteit van het anti-pestbeleid.

Het eerste Kamerlid dat - via een assistent - reageerde, wilde graag weten waar de discussie over zou gaan. Toen duidelijk werd dat de discussie zou gaan over mogelijke inhoudelijke criteria voor anti-pestbeleid, werd het gesprek direct afgekapt: “daar werken we niet aan mee, daar heeft de Tweede Kamer niets over te zeggen.” Peter Dankmeijer, directeur van EduDivers, reageerde verbaasd en zei tegen haar: “volgens mij is er geen reden waarom de Tweede Kamer hier niks over zou mogen zeggen, hoewel ik mij ervan bewust ben dat de meeste partijen in de Tweede Kamer met elkaar hebben afgesproken om scholen zoveel mogelijk autonomie te geven, en inhoudelijke maatregelen onbespreekbaar hebben verklaard. Maar dat is niet een regel, het is een politieke keuze”. De assistente: “we kunnen hierover het gesprek niet aangaan.”

teleurstellende neoliberale houding

Volgens Peter Dankmeijer is het jammer dat zelfs een progressieve partij als GroenLinks geen discussie wil aangaan over de kwaliteit van anti-pestbeleid van scholen. “Ik word een beetje mismoedig van die neoliberale houding. Ik ben het er mee eens dat scholen ruimte moeten hebben om hun eigen beleid te maken; je moet ruimte creëren voor eigen invulling en authentiek commitment. Maar nu zie ik teveel dat het fundament ontbreekt. Scholen hebben vaak een mager of zelfs contraproductief beleid voor anti-pesten of voor sociale vaardigheden en burgerschap. Ze zijn doorgaans helemaal niet op de hoogte van alle wetenschappelijke kennis die al is verzameld over wanneer een prosociaal en anti-pestbeleid goed werkt. Persoonlijke overtuigingen van directeuren, van veiligheidscoördinatoren en van docenten tellen veel zwaarder dan aantoonbaar zinnige inhoudelijke kwaliteitscriteria. Het doet me verdriet dat zelfs de discussie daarover taboe is, mijn behoefte is om scholen te helpen verbeteren. Maar we gaan door om deze dialoog toch op gang te brengen.”

// Noot: Dit artikel is op 14 maart aangepast nadat het betreffende Kamerlid boos reageerde dat EduDivers het Kamerlid de woorden van de assistent in de mond had gelegd. De naam van het Kamerlid is verwijderd. Desgevraagd wilde het Kamerlid tot nu toe niet ontkennen dat de voorstellen van EduDivers onbespreekbaar zijn voor GroenLinks.

Overigens heeft EduDivers niet rechtstreeks gepleit voor het stellen van criteria door de regering, maar gepleit voor meer discussie en het aanzetten van de organisaties die de kwaliteit bevorderen tot een meer onderbouwde en betere monitoring en begeleiding bij transparantie van scholen (zie de aanbevelingen in dit artikel). //