MijnID

lesgeven

onderwijsbeleid

volg ons op twitter
volg ons op twitter

nieuws

aanbevelingen voor europees antipestbeleid

 7 april 2020 - Uit een verkenning van het Europese beleid rond pesten op scholen blijkt dat internationale instellingen beweren weinig invloed te hebben op het onderwijs in het algemeen. Ze kunnen mogelijk wel de kwaliteit van het antipestbeleid op scholen beïnvloeden door zich te richten op bredere bestrijding van geweld of discriminatie. Maar in de praktijk kan de bestrijding van pesten een ander focus nodig hebben dan geweld in het algemeen. Antipestbeleid vereist een consistent schoolbeleid, waar internationale (en vaak ook nationale regeringen) geen invloed op kunnen uitoefenen omdat invloed op het onderwijssysteem of op scholen zelf vaak politiek taboe is. Het ABC-project, dat experimenteerde met certificering van antipestbeleid op scholen, deed zes aanbevelingen om een verbeterde Europese strategie tegen pesten voor te stellen.

sterke en zwakke punten in europa

De verkenning door het ABC-project van mondiaal en Europees beleid laat zien hoe zowel de Raad van Europa als de Europese Unie een visie delen waarin vrede, conflictoplossing, democratie en gelijkheid centrale onderwerpen zijn. Beiden hebben juridische en sociale strategieën om deze waarden te implementeren. In de Europese Unie is er een aanzienlijk budget voor antipestprojecten, dat waarschijnlijk nog zal groeien met de uitbreiding van het Erasmus + -programma. Er zijn we enkele tekortkomingen in de Europese strategie.

  • De Raad van Europa en de Europese Unie hebben geen bevoegdheid op onderwijsgebied. Het subsidiariteitsbeginsel beperkt de reikwijdte ervan. Subsidiariteit betekent dat de inhoud van het onderwijs wordt beschouwd als een nationale maar niet internationale competentie. De veiligheid op scholen maakt echter ook deel uit van het onderwijssysteem, hoewel het weinig te maken heeft met de inhoud van het onderwijs. Het is de vraag of de Europese Unie op dit gebied niet pro-actiever kan zijn. De EU heeft immers al tal van veiligheidsvoorschriften.
  • Op het gebied van Europese financiering ligt de focus vaak op het delen van goede voorbeelden. Hoewel dit nuttig is, roept het de vraag op welke goede praktijken echt beste praktijken zijn en waarom . Sommige projecten en initiatieven zoals de NESET-reviews bieden een meta-analyse die helpen om een overzicht te krijgen. Maar het lijkt erop dat dergelijke richtlijnen voor een grotere impact van antipestbeleid nog niet goed genoeg worden gedeeld om het beleid op nationaal of Europees niveau op een hoger niveau te krijgen.
  • Het aantal Europese projecten dat wordt gefinancierd voor projecten tegen pesten is groot. Het is zo hoog dat het buiten de scope van het ABC-project viel om ze allemaal in kaart te brengen. Dit roept de vraag op of er een ontwikkeling is in deze projecten; of de kwaliteit steeds hoger wordt, of dat ze elkaar alleen maar herhalen.

== aanbevelingen voor europees beleid==
Het ABC-project doet de volgende aanbevelingen.

  1. De Europese Unie zou gefinancierde projecten die zich richten op pesten kunnen evalueren. Het resultaat van een dergelijke evaluatie zou kunnen zijn dat toekomstige antipestprojecten meer gefocust worden en verder gaan dan het delen van subjectieve goede praktijken. Misschien kunnen we komen tot een meer systematisch ontwikkelingsprogramma om pesten op een meer systematische manier te bestrijden.
  2. De Europese Unie zou kunnen overwegen of de lidstaten het eens kunnen worden over basisrichtlijnen op Europees niveau voor sociale veiligheid en inclusie op scholen. Zulke antipestrichtlijnen zouden ook strategieën tegen voortijdig schoolverlaten, gender-gerelateerd geweld en sociale uitsluiting kunnen omvatten.
  3. De Europese Unie zou kunnen overwegen om een aanbesteding te openen voor een doorlopende Europese campagne tegen pesten en voor het uitvoeren van effectieve antipest strategieën in scholen. Een jaarlijkse "EU-dag tegen pesten" zou een centraal punt kunnen zijn en zo'n jaarlijkse campagne meer "body" geven.
  4. Onderdeel van zo'n campagne kan zijn om een Europese databank van projecten en methoden op te zetten. Hierbij kunnen de EU en het Europese Antipest Netwerk misschien samenwerken met de Zweedse organisatie "Friends", die al werkt aan een vergelijkbare wereldwijde database in het kader van het World Antibullying Forum.
  5. Een ander onderdeel van een dergelijke campagne zou de ontwikkeling kunnen zijn van een Europese "kaart" van nationaal antipestbeleid in de lidstaten. Je zou landenbeoordelingen kunnen maken om de nationale dialoog en samenwerking te stimuleren om dergelijk beleid te versterken. Hierbij kunnen de EU en EAN samenwerken met GALE, dat al aan dit type mapping werkt rond LHBTI+ (in het onderwijs) beleid.
  6. De internationale ontwikkeling om religieuze, ideologische en politieke haatdragende taal toe te staan onder het mom van vrijheid van meningsuiting moet meer worden erkend als een ernstige bedreiging voor pesten, geweld in het algemeen, voor mensenrechten en voor democratie. De EU zou moeten overwegen een meer coherente visie te ontwikkelen over hoe om te gaan met politieke haatuitingen en uitsluiting van minderheidsgroepen, en hoe dit te verbinden met de concrete uitvoering van antipestbeleid en anti-geweldbeleid.

Bronnen: Review Europees beleid, Review Nederlandse beleid, ABC-project